V.l.n.r. Jack Kruf, Roelof Oldeman, Frank Dietz en Martin Kuipers.

Ede, 12 oktober 2018. In de raadszaal van de gemeente Ede verzorgde Dr. Frank J. Dietz (econoom en verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving, PBL) de Professor Roelof A.A. Oldeman Lezing*: “Duurzame ontwikkeling en circulaire economie: een pleidooi voor systeemdenken in het openbaar bestuur.” **

Doel van de lezing is om het denken over en het toepassen van een integrale (systeem)benadering in de publieke besturing te bevorderen. Een terugblik op een bijzondere lezing. Met grote dank aan de gemeente Ede voor de gastvrijheid en de goede zorgen.

Impressie

Sinds haar oprichting in 2005 constateert PRIMO, in Europees verband werkend, dat verreweg de meeste publieke risico’s – die van mens, samenleving en natuur – ontstaan door gebrek aan afstemming. Het huidige landschap van denken over en het feitelijk bereiken van meer afstemming, dit op tal van maatschappelijke en economische vraagstukken, laat een gefragmenteerd en gesegmenteerd beeld zien. Het systeemdenken, waarin alles met alles samenhangt, bleek voor de econoom Dietz vooral aan te haken bij een antropocentrische benadering, waarin binnen het geheel van het ecosysteem van de samenleving, vooral de mens zelve aan zet is. In een vertaling naar het publieke netwerk betekent dit een handelingsperspectief voor bestuurders, secretarissen, (algemeen) directeuren, strategen, controllers, uitvoerders.

Dat we via de inzichten van de circulaire economie zoveel mogelijk kringlopen in stand proberen te houden, is op zichzelf een goede zaak. We gebruiken niet alleen grondstoffen, we hergebruiken ze ook steeds meer. Maar dat betekent nog niet dat die grondstoffen altijd tot onze beschikking blijven. Kortom, we doen goede dingen, maar het duidelijke risico bestaat dat we het toch niet genoeg doen.

Circulaire economie is geen nieuwe gedachte. Het is ook niet een doel, maar een middel. Een middel om natuur en milieu steeds beter te beschermen. Niettemin is de kwantitatieve conclusie dat de mens nog steeds zijn eigen bestaansvoorwaarden ondergraaft. Bijkomend probleem: een aantal negatieve effecten (“terugkoppelingen”) van het gebruik van grondstoffen blijken pas op verre afstand (geografisch) of na vele jaren (tijd) tot niet verwachte negatieve effecten te leiden.

In ons streven naar welvaart, zo vallen de beschouwingen van Dietz samen te vatten, onderscheidt de ene mens zich ook nog eens van de ander. Elementen van zelfzucht worden gecombineerd met elementen van aandacht voor anderen. Ja, wij willen ons eigen brood, maar hebben ook oog voor de noodzaak dat anderen ook hun deel van het beschikbare dagelijkse brood krijgen. We hebben daarbij ook oog voor de noodzaak tot continuïteit. Deze waarden wegend maken we strategische plannen die ons dichter bij duurzame ontwikkelingen moeten brengen. Daaraan kan een circulaire economie een stevige bijdrage leveren.

Er bestaan verschillende zorgen voor morgen. Het is handig en verstandig niet alles op één hoop te gooien. We vertrouwen elkaar en verdelen het werk. We proberen ook zoveel mogelijk samen te werken. De één houdt zich bezig met de voedselketen, de ander met het in stand laten van ecosystemen. De één bemoeit zich vooral met de gebouwde omgeving, duurzame huizen en schone energie. De ander is meer betrokken bij zaken als volksgezondheid of gezond ouder worden.

Dat werkt vaak wel langs elkaar heen, maar als je alles centraal wilt coördineren loop je toch vast. Dietz: “Een duurzamere samenleving, een meer circulaire economie of een rechtvaardiger wereld willen we allemaal. De meningsverschillen ontstaan zodra je concreet wordt over wat we dan wel en wat we dan niet meer gaan doen.”

Op dit fundament schetste Dietz zijn gehoor hoe in de praktijk de transitie vorm krijgt van een lineaire naar een circulaire economie. Het betreft de zogenaamde R-strategieën, die allemaal gericht zijn op het optimaal inzetten en hergebruiken van producten en grondstoffen. ‘Afval bestaat niet’. In analogie met de filosofie en grondhouding in het duurzaam management van bossen in Gedeo te Ethiopië – verwoord door Professor Roelof A.A. Oldeman met verwijzing naar zijn promovendus Tadesse Kippie Kanshie in het proefschrift Five Thousand Years of Sustainablity? Doel is het maken van nieuwe producten zo vorm te geven, dat het de hoogste waarde voor de economie oplevert met de kleinst mogelijke schade voor het milieu. Producten zo veel mogelijk hergebruiken, grondstoffen zo lang mogelijk hun economische waarde laten behouden.

In het laatste deel van zijn presentatie schetste Dietz concreet om welke R-strategieën het gaat in de circulaire economie. In zijn opsomming van R0 naar R9: refuse, rethink, reduce, re-use, repair, refurbish, remanufacture, repurpose, recycle en recover energy. Over al die concrete strategieën is weer het nodige te zeggen. Wie nieuwsgierig is geworden, wacht in spanning op de komende publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving: Circulaire economie in kaart.

Dat biedt de mogelijkheid om op een vergelijkbare manier als waarop Roelof A.A. Oldeman het functioneren van bossen heeft bestudeerd, het functioneren van de menselijke samenleving te analyseren. Ik beoog daarmee op een wetenschappelijk gefundeerde manier de uitdagingen die toenemende milieuvervuiling, klimaatverandering en afnemende biodiversiteit stellen, te begrijpen. Daarin worden verschijnselen niet (alleen) op basis van min of meer geïsoleerde oorzaak-gevolgketens verklaard, maar als een samenspel van op elkaar reagerende elementen en deelsystemen waarin terugkoppelingen een belangrijke rol spelen. En met een beter begrip van de uitdagingen en de manier waarop de samenleving daarmee tot op heden omgaat, verwacht ik vervolgens aanzetten voor oplossingen voor deze vraagstukken te kunnen aanreiken.

Frank J. Dietz, citaat uit 1e Oldeman Lezing

Hoe integrale en holistische besturing van publieke vraagstukken kan worden ontworpen én bereikt, is op zichzelf al een uitdagend vraagstuk. De huidige vormen van risicomanagement kosten vaak veel geld, blijken voor de top van de organisaties vaak niet bruikbaar, zijn niet effectief in hun sturing of geven een schijngevoel van zekerheid of controle. Het aantal publieke risico’s neemt in rap tempo toe en veroorzaakt toenemende systeemstress of -uitval. Publiek risicomanagement is dus hard aan vernieuwing toe, in zowel denken als handelen. Zij migreert haast vanzelf naar het denken in termen van resilience (een bundeling van eigenschappen zoals veerkracht, vitaliteit, weerstand, robuustheid van systemen). De lezing door Frank Dietz prikkelde zeer en heeft aangezet tot verdere gedachtevorming hierover.

Circulaire economie is een houding, denkwijze en systeemaanpak tegelijkertijd om welvaart en duurzaamheid te verbinden. Het is op zichzelf een weg om publieke waarden te borgen en publieke risico’s te mitigeren. Het is een weg om het systeemdenken in haar hoogste vorm te beoefenen. Een uitdaging voor elke individuele organisatie, haar bestuur en management, om een weg hierin te vinden, de eigen verantwoordelijk te nemen en vooral concreet en aantoonbaar effectief te acteren.

De lezing

Een pleidooi voor systeemdenken in het openbaar bestuur 

Duurzame ontwikkeling en circulaire economie zijn concepten die veel mensen inspireren en in beweging brengen. Dit leidt tot allerlei initiatieven: van duurzame koffie en duurzame stroom tot circulair bouwen en platforms voor het delen van auto’s, gereedschap en huizen. Voor de initiatiefnemers is het onbegrijpelijk dat ‘duurzaam’ en ‘circulair’ nog verre van gemeengoed zijn geworden. Voor de ‘gewone burger’ is het moeilijk te bevatten dat goed werkende producten die in dagelijkse behoeften voorzien, niet goed (genoeg) zouden zijn. En als we dan ‘duurzamer’ en ‘meer circulair’ zouden willen zijn, weten we dan wat we moeten doen? En wat niet?

De concepten duurzame ontwikkeling en circulaire economie zijn verbonden aan grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de vermindering van de druk op natuur en milieu, de leveringszekerheid van cruciale grondstoffen, de continuïteit van de voedselvoorziening, een gezond financieel stelsel, goede zorg voor ouderen en mensen met een beperking, een toekomstbestendige energievoorziening, en ga zo nog maar even door.

In het navolgende betoog laat ik zien hoe deze concepten ons kunnen helpen al die maatschappelijke uitdagingen om ons heen te begrijpen. Om niet terecht te komen in een beschouwing ‘over alles’, kies ik het steeds meer weerklank vindende concept van de circulaire economie als leidraad voor deze lezing. 

In een eerste verkenning probeer ik zicht te geven op wat een circulaire economie is en voor welke problemen – of zo u wilt voor welke maatschappelijke uitdagingen – een circulaire economie oplossingen biedt. Dat vraagt om een analyse van de samenleving waarvoor ik de bril van het systeemdenken opzet. 

Dat biedt de mogelijkheid om op een vergelijkbare manier als waarop Roelof A.A. Oldeman het functioneren van bossen heeft bestudeerd, het functioneren van de menselijke samenleving te analyseren. Ik beoog daarmee op een wetenschappelijk gefundeerde manier de uitdagingen die toenemende milieuvervuiling, klimaatverandering en afnemende biodiversiteit stellen, te begrijpen. Daarin worden verschijnselen niet (alleen) op basis van min of meer geïsoleerde oorzaak-gevolgketens verklaard, maar als een samenspel van op elkaar reagerende elementen en deelsystemen waarin terugkoppelingen een belangrijke rol spelen. En met een beter begrip van de uitdagingen en de manier waarop de samenleving daarmee tot op heden omgaat, verwacht ik vervolgens aanzetten voor oplossingen voor deze vraagstukken te kunnen aanreiken. 

De lezing

Daarvoor is het in ieder geval nodig ook de concepten ‘welvaart’ en ‘duurzame ontwikkeling’ te introduceren, omdat deze ons helpen de richting te identificeren waarin de samenleving oplossingen zoekt. Om het eventuele misverstand in de kiem te smoren dat ik daarbij word gedreven door activistische motieven, zal ik ook stil staan bij enkele fundamentele uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de concepten van welvaart en duurzame ontwikkeling. Gewapend met deze inzichten kom ik weer terug bij het fenomeen van de circulaire economie. Leidende vragen zijn dan hoe de circulaire economie er in Nederland eigenlijk uitziet. En als het streven naar een circulaire economie dan zo’n goed idee zou zijn, wat houdt een circulaire economie dan eigenlijk tegen? Vanuit deze vragen zal ik zicht bieden op een aantal belemmeringen waar circulaire initiatieven in Nederland tegen aan lopen. Ik rond af met enkele aanbevelingen voor de overheid.

Eén opmerking vooraf wil ik nog graag maken: Veel van de inhoudelijke inzichten en de grafische figuren in wat komen gaat, ontleen ik aan de mooie samenwerking met vele collega’s van het PBL. Alles wat u niet begrijpt of ronduit onjuist acht, kunt u echter alleen mij aanrekenen.”

* De lezing is in 2018 en 2020 verzorgd in nauwe samenwerking met PRIMO Nederland en is per 10 juli 2020 formeel ondergebracht bij Stichting Civitas Naturalis, opgericht door Jack P. Kruf, mede op verzoek van Professor dr. ir. Roelof A.A. Oldeman (emeritus). Het wordt samengebracht met ander wetenschappelijk werk van Oldeman.

** Impressie door Koos van Houdt en Jack Kruf.