Het interface wetenschap – overheid

Jack Kruf

Het interface tussen wetenschap en overheid is relevant, tegelijkertijd zeer uitdagend. Dit blijkt uit het rapport Kennismaken met decentrale overheden (2013), dat ik nog eens heb opgedist en nagelezen.

Het rapport duidt enerzijds dat politici en bestuurders onvoldoende gebruik maken van de wetenschappelijke kennis bij het proces van beleidsvorming en anderzijds dat wetenschappers waardevolle bevindingen niet of nauwelijks zien toegepast in de dagelijkse praktijk van het openbaar bestuur. Veel kennis bereikt dus niet de college- en managementtafels van decentrale overheden. Eigenlijk is dat nogal wat. Besturen wij onze gemeenten, provincies en waterschappen suboptimaal?

Het Planbureau voor de Leefomgeving voerde deze verkennende studie  – naar de strategische kennisbehoefte van decentrale overheden – in verband met de invoering van de nieuwe Omgevingswet.

De conclusies zijn direct en onomwonden geformuleerd. Het rapport concludeert op pagina 38:

“Vrijwel alle geïnterviewden bij provincies, gemeenten en waterschappen stellen dat zij publicaties van nationale kennisinstituten volgen, maar dat deze telkens diepgang op regionaal niveau missen. Meestal schort het aan regionale en provinciale uitsplitsingen in bijvoorbeeld tabellen of kaarten.

Ook geven de geïnterviewden aan dat de ‘lens’ waardoor nationale kennisinstituten kijken niet scherp genoeg is afgesteld om de specifieke mix van problematiek in hún regio te analyseren. Daarnaast is wetenschappelijke kennis sec voor decentrale overheden lastig te gebruiken, omdat deze vaak te specialistisch van aard is en niet direct toepasbaar is in beleidsstukken doordat de resultaten niet vertaald zijn naar relevante beleidsinformatie.

De mismatch ontstaat doordat het onderzoek dat rijkskennisinstituten voor de nationale beleidscyclus uitvoeren een overwegend verkennend en signalerend karakter heeft, waarbij deze instituten de nadruk leggen op fundamenteel wetenschappelijke onderbouwing op landelijk schaalniveau, terwijl decentrale beleidsmakers vooral behoefte hebben aan regionaal toepasbaar beleidsvormend onderzoek dat aansluit de beleidspraktijk.”

*Jeannette Beck, Lia van den Broek en Olav-Jan van Gerwen (2013). Kennismaken met decentrale overheden: Een verkennende studie naar de strategische kennisbehoefte van provincies, gemeenten en waterschappen in samenhang met de decentralisatie van het omgevingsbeleid. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.