Aanpak coronacrisis. Deel 1: tot september 2020

De Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceert het eerste rapport Aanpak coronacrisis. Deel 1: tot september 2020. Zij gaat in op hoe dat heeft kunnen gebeuren, met als doel daar lessen uit te trekken. Het rapport zoekt naar patronen van besturing tijdens de crisis.

De conclusie van de onderzoeksraad is dat wij niet goed voorbereid waren, is helder, maar wordt niet nader uitgewerkt. De conclusies zijn interessant en confronterend tegelijkertijd. De aanbevelingen hebben een algemeen karakter en niet gemakkelijk te vertalen naar de ex ante wijze waarop cultuur, focus en organisatie van het politiek-bestuurlijke domein dienen te veranderen om crises te voorkomen. Met name de eigen rol van de overheid en daarbinnen van de politiek zelve blijven onderbelicht.

“De coronapandemie heeft geleid tot een internationale, langdurige crisis. Wat begon als een gezondheidscrisis breidde zich in snel tempo uit tot een brede maatschappelijke crisis die zich op een dergelijke schaal niet eerder heeft voorgedaan in naoorlogs Nederland. Eind 2019 werd voor het eerst bericht over een virusuitbraak in China. Op 27 februari 2020 testte in Nederland voor de eerste keer een patiënt positief op het coronavirus. Daarop begon de overheid de crisis te bestrijden, risico’s te beperken en nieuwe kennis te ontwikkelen; burgers moest tegelijkertijd leren omgaan met de realiteit van het virus en de gevolgen voor de samenleving.

Dit deelonderzoek beschrijft en analyseert de crisisaanpak van de Nederlandse betrokken partijen. Het bestrijkt de voorbereiding op, en de aanpak van, de coronapandemie tot september 2020. Volgende deelrapporten gaan in op de periodes erna en behandelen de voor die periode kenmerkende gebeurtenissen, maatregelen en interventies. Hoofddoelen van alle delen binnen het onderzoek zijn de gebeurtenissen en handelingen tijdens de coronacrisis reconstrueren; vervolgens begrijpen en waar mogelijk verklaren waarom het verliep zoals het verliep; om tot slot lessen te trekken voor de crisisaanpak in heden en toekomst. Een toekomst waarin soortgelijke of andersoortige langdurige crises met maatschappij-ontwrichtende gevolgen tot de mogelijkheden behoren.”

Download rapport: Aanpak coronacrisis, deel 1

The Global Risks Report 2022

The Global Risks Report series tracks global risks perceptions among risk experts and world leaders in business, government, and civil society. It examines risks across five categories: economic, environmental, geopolitical, societal, and technological.

Every year the report also analyses key risks to explore further in deep-dive chapters—these could be risks that feature prominently on our survey, those for which warning signs are beginning to surface, or potential blind spots in risk perceptions.

Saadia Zahidi, Managing Director World Economic Forum: “The 17th edition of the Global Risks Report identifies tensions that will result from diverging trajectories and approaches within and between countries and then examines the risks that could arise from such tensions. This year’s report also highlights the implications of these risks for individuals, governments and businesses.

The Global Risks Perception Survey (GRPS), which has underpinned the report since 2006, was refreshed this year to gather new and broader insights from nearly 1,000 global experts and leaders who responded. The 2021-2022 GRPS includes the following sections:

  • COVID-19 Hindsight invites respondents to opine on the reverberations of the crisis, allowing comparability with the results from the previous year.
  • Future Outlook captures respondent sentiment, informing our analysis of how individual contexts may influence global risk perceptions and affect mitigation.
  • Horizon captures respondents’ perceived trajectory and sense of urgency of global risks, informing our analysis of choices and trade-offs that decision- makers may face.
  • Severity ranks potential damage while Effects asks respondents to consider cascading impacts in conjunction with the severity of the risk itself.
  • International Mitigation asks respondents to assess international efforts in 15 global governance areas to identify achievements and areas of opportunity for global action and cooperation.
  • Open questions on risks, trends and warning signs source expert knowledge.”

Go to website of World Economic Forum.

Bestuur: “Denk vanuit de burger”

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) stelt op basis van een eerste analyse van het coalitieakkoord 2021-2025 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’, dat er een belangrijke opdracht ligt voor het nieuwe kabinet om bij de uitwerking van het akkoord het leven van burgers en samenleven centraal te stellen. Het akkoord verkent kansrijke routes om maatschappelijke problemen aan te pakken, en het SCP ziet kansen voor versterking van onze welvaart en ieders welbevinden. Om dat ook te realiseren zijn echter meer randvoorwaarden nodig.

Met Reflectie op het coalitieakkoord 2021-2025 vanuit het burgerperspectief adviseert SCP daarom bij de uitwerking van dit coalitieakkoord te werken vanuit maatschappelijke opgaven om zo effectief beleid in te richten op de lange termijn. Oog voor de sociale en culturele dimensie van het leven van burgers, zoals sociale cohesie en zorgen over samenleven, is daarbij onmisbaar en ontbreken in het coalitieakkoord. Dat staat effectief beleid in de weg.

Lees hier het opgestelde nieuwsbericht.

Regeren is Vooruitzien

Anno 2022 spreken wij in Nederland nu bijna 2 jaar over Corona. Als crisis wel te verstaan. Alle discussies en rapporten steken in op de  Corona-aanpak in de vorm van crisismanagement. Zowel de politiek, het bestuur, de media, de wetenschappelijke adviesraden en de zorgsector zelve zijn opgenomen in deze dans van reactie en reductie. Covid-19 is gezien haar schaal een nieuw fenomeen, een grote pandemie, iets dat ons overkomt. Of lijkt te overkomen. Dat is natuurlijk niet het geval. Er waren immers veel meer zekerheden dat er iets zou gaan gebeuren dan de veelal gesuggereerde en gebruikte onzekerheden.

Onze eigen mensengeschiedenis verschaft ons veel informatie of eerdere pandemieën, en vooral de dierenwereld én de plantenwereld staan erom bekend, dat door uitgebreide monocultures de feedback-mechanismes in systemen worden stilgelegd, of liever omzeild door bacteriën, schimmels, parasieten en virussen. Het leidt permanent tot vele vormen van pandemische uitbraken. Wellicht zijn wij eraan gewend geraakt dat periodiek vele dieren het veld moeten ruimen om in de beteugeling van de pandemie te voorzien. En wij weten dat onze landbouw vele vormen van intensieve bestrijding toepassen om het voedsel op onze borden te krijgen.

Wij hebben het eerste Global Risks Report van 2005, gepubliceerd door het World Economic Forum in de vorm van Global Risks to the Business Environment, er nog eens op nagelezen. En natuurlijk aansluitend de rapporten die jaarlijks volgden. Wat weten wij nu bijna sinds 2 decennia? Althans op basis van deze reeks van rapporten. Telkens werd de mogelijkheid en reële kans op een pandemie gemeld en onderbouwd als risico voor de samenleving en economie. Quote:

Pandemics – infectious diseases: the expansion of trade and greater mobility associated with globalization, together with the encroachment of humans into natural areas, growing resistance to drugs and changes in climate are increasing the risk of a major outbreak of infectious diseases. Some infectious diseases are new or relatively new (e.g., HIV/AIDS, SARS), some are re-emerging (e.g., TB, cholera), and some are shifting geographically (e.g., West Nile, Dengue fever). There is particular concern over the spread of infectious diseases from animals to humans; public health officials have warned, for example, that an outbreak of avian flu could kill millions of people and cause major disruptions to markets and travel worldwide. The risks are amplified by the woeful inadequacy of existing public health services to prevent, detect and/or respond to the spread of infectious diseases.

Overzicht uit rapport ‘Global Risks to the Business Environment 2005’, pagina 6.

Wij weten inmiddels ook dat deze rapporten niet of nauwelijks zijn geland op de burelen van topmanagers, bestuurders en politici, terwijl zij toch wel wereldwijd zijn besproken en gecommuniceerd. Of misschien wel zijn beland, maar in de la zijn verdwenen. De vraag is hoe dit kan. Het rapport in 2005 hierover doet zelf reeds de constateringen gerelateerd aan de besturing en leiderschap:

The “Governance Gap”: by definition, global risks transcend national boundaries. There are only a limited number of global institutions to address global risks, and there is ample evidence that neither these institutions nor nation states are responding to global risks in the most efficient or effective way. Many existing governance structures tend to be too compartmentalized or fragmented, and many business leaders are compelled to focus on their short-term bottom lines. A fundamental discrepancy exists between the time- horizon of political and most business leaders and the long-term nature of most global risks, which results in most risks being dealt with in a purely reactive way.

In a nutshell, short-termism prevails: business cannot respond in time because the pressure to produce strong quarterly results collides with the long-term perspective needed to address most global risks. If companies try to address the issue in earnest, they can be punished by the markets. The same is true for politicians: their willingness to tackle the problem is most often bound by the time- horizon dictated by the electoral cycle. Indeed, the challenge of dealing with long-term global risks is compounded by the fact that the tenure of most business leaders is less than five years.

The “Leadership Gap”: difficulties caused by the governance gap are compounded by a leadership gap, both at the international level and in terms of mobilizing society. This generates a “pass the buck” strategy where risks are being redistributed from the core to the periphery. For example, many health, poverty and environmental risks are being transferred to those with the least capacity or resources to solve them: developing countries, for example, or low-income populations in Western countries, or even future generations.

Some major risks, such as the current account deficit in the US, the impact of climate change or the welfare of an ageing population, are being transferred to future generations. Others, such as global security, are being transferred to one single country, either willingly or by default.

The main concern is that the transfer of global risks in this way may reduce the world’s capacity to respond satisfactorily in the long term. Some might argue that countering such transfers of risk from the core to the periphery belongs solely within the sphere of governmental institutions. But can business really sit back and leave the future of their markets to others?

Een integrale diagnose voor de start van elke bestuursperiode zou een formele stap dienen te zijn voor elk bestuurlijk akkoord. Stichting Civitas Naturalis pleit hiervoor. Zij beschouwd een goede diagnose als een natuurlijke eerste stap (Wat is de kwestie die voorligt en hoe is deze ontstaan?) naar goed bestuur.

Behoefte of beter nog noodzaak zou er moeten zijn voor elk bestuur om haar plannen voortaan verplicht te baseren op bestaande onderzoeksrapporten en niet politieke ambities en wensen en zeker niet op strategie en beleid dat niet kan worden geïmplementeerd. De kiezer en haar volksvertegenwoordigers zijn er om dit af te dwingen en te controleren. Zou kunnen en zou moeten. Dit overigens met de voor haar geschreven Grondwet in de hand. Goede besturing kan echt. Dit spreekwoord getuigt van ons culturele erfgoed en van de collectieve wijsheid die wij bezitten: regeren is vooruitzien. Doen dus.

Het interface wetenschap – overheid

Jack Kruf

Het interface tussen wetenschap en overheid is relevant, tegelijkertijd zeer uitdagend. Dit blijkt uit het rapport Kennismaken met decentrale overheden (2013), dat ik nog eens heb opgedist en nagelezen.

Het rapport duidt enerzijds dat politici en bestuurders onvoldoende gebruik maken van de wetenschappelijke kennis bij het proces van beleidsvorming en anderzijds dat wetenschappers waardevolle bevindingen niet of nauwelijks zien toegepast in de dagelijkse praktijk van het openbaar bestuur. Veel kennis bereikt dus niet de college- en managementtafels van decentrale overheden. Eigenlijk is dat nogal wat. Besturen wij onze gemeenten, provincies en waterschappen suboptimaal?

Het Planbureau voor de Leefomgeving voerde deze verkennende studie  – naar de strategische kennisbehoefte van decentrale overheden – in verband met de invoering van de nieuwe Omgevingswet.

De conclusies zijn direct en onomwonden geformuleerd. Het rapport concludeert op pagina 38:

“Vrijwel alle geïnterviewden bij provincies, gemeenten en waterschappen stellen dat zij publicaties van nationale kennisinstituten volgen, maar dat deze telkens diepgang op regionaal niveau missen. Meestal schort het aan regionale en provinciale uitsplitsingen in bijvoorbeeld tabellen of kaarten.

Ook geven de geïnterviewden aan dat de ‘lens’ waardoor nationale kennisinstituten kijken niet scherp genoeg is afgesteld om de specifieke mix van problematiek in hún regio te analyseren. Daarnaast is wetenschappelijke kennis sec voor decentrale overheden lastig te gebruiken, omdat deze vaak te specialistisch van aard is en niet direct toepasbaar is in beleidsstukken doordat de resultaten niet vertaald zijn naar relevante beleidsinformatie.

De mismatch ontstaat doordat het onderzoek dat rijkskennisinstituten voor de nationale beleidscyclus uitvoeren een overwegend verkennend en signalerend karakter heeft, waarbij deze instituten de nadruk leggen op fundamenteel wetenschappelijke onderbouwing op landelijk schaalniveau, terwijl decentrale beleidsmakers vooral behoefte hebben aan regionaal toepasbaar beleidsvormend onderzoek dat aansluit de beleidspraktijk.”

*Jeannette Beck, Lia van den Broek en Olav-Jan van Gerwen (2013). Kennismaken met decentrale overheden: Een verkennende studie naar de strategische kennisbehoefte van provincies, gemeenten en waterschappen in samenhang met de decentralisatie van het omgevingsbeleid. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.

Climate Change 2021: the Physical Science Basis

From IPCC press release

“Scientists are observing changes in the Earth’s climate in every region and across the whole climate system, according to the latest Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) Report, AR6 Climate Change 2021: the Physical Science Basis, released today. Many of the changes observed in the climate are unprecedented in thousands, if not hundreds of thousands of years, and some of the changes already set in motion—such as continued sea level rise—are irreversible over hundreds to thousands of years.

Faster warming
The report provides new estimates of the chances of crossing the global warming level of 1.5°C in the next decades, and finds that unless there are immediate, rapid and large-scale reductions in greenhouse gas emissions, limiting warming to close to 1.5°C or even 2°C will be beyond reach. The report shows that emissions of greenhouse gases from human activities are responsible for approximately 1.1°C of warming since 1850-1900, and finds that averaged over the next 20 years, global temperature is expected to reach or exceed 1.5°C of warming.

Every region facing increasing changes
Many characteristics of climate change directly depend on the level of global warming, but what people experience is often very different to the global average. For example, warming over land is larger than the global average, and it is more than twice as high in the Arctic. The report projects that in the coming decades climate changes will increase in all regions. For 1.5°C of global warming, there will be increasing heat waves, longer warm seasons and shorter cold seasons. At 2°C of global warming, heat extremes would more often reach critical tolerance thresholds for agriculture and health, the report shows.

But it is not just about temperature. Climate change is bringing multiple different changes in different regions – which will all increase with further warming. These include changes to wetness and dryness, to winds, snow and ice, coastal areas and oceans. For example:

  • Climate change is intensifying the water cycle. This brings more intense rainfall and associated flooding, as well as more intense drought in many regions.
  • Climate change is affecting rainfall patterns. In high latitudes, precipitation is likely to increase, while it is projected to decrease over large parts of the subtropics. Changes to monsoon precipitation are expected, which will vary by region.
  • Coastal areas will see continued sea level rise throughout the 21st century, contributing to more frequent and severe coastal flooding in low-lying areas and coastal erosion. Extreme sea level events that previously occurred once in 100 years could happen every year by the end of this century.
  • Further warming will amplify permafrost thawing, and the loss of seasonal snow cover, melting of glaciers and ice sheets, and loss of summer Arctic sea ice.
  • Changes to the ocean, including warming, more frequent marine heatwaves, ocean acidification, and reduced oxygen levels have been clearly linked to human influence. These changes affect both ocean ecosystems and the people that rely on them, and they will continue throughout at least the rest of this century.
  • For cities, some aspects of climate change may be amplified, including heat (since urban areas are usually warmer than their surroundings), flooding from heavy precipitation events and sea level rise in coastal cities.

For the first time, the Sixth Assessment Report provides a more detailed regional assessment of climate change, including a focus on useful information that can inform risk assessment, adaptation, and other decision-making, and a new framework that helps translate physical changes in the climate – heat, cold, rain, drought, snow, wind, coastal flooding and more – into what they mean for society and ecosystems. This regional information can be explored in detail in the newly developed Interactive Atlas interactive-atlas.ipcc.ch as well as regional fact sheets, the technical summary, and underlying report.

Human influence on the past and future climate
“It has been clear for decades that the Earth’s climate is changing, and the role of human influence on the climate system is undisputed,” said Masson-Delmotte. Yet the new report also reflects major advances in the science of attribution – understanding the role of climate change in intensifying specific weather and climate events such as extreme heat waves and heavy rainfall events.

The report also shows that human actions still have the potential to determine the future course of climate. The evidence is clear that carbon dioxide (CO2) is the main driver of climate change, even as other greenhouse gases and air pollutants also affect the climate.”

Summary for Policymakers

Pijn en pracht

Civitas Naturalis: “Een open en zelfreflectieve aanpak van de overheid die perspectief biedt om systeemwereld en leefwereld dichter bij elkaar te brengen.”

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: “Twintig deelnemers aan een leiderschapsprogramma van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voerden in 2020 verdiepende gesprekken met acht betrokkenen bij het laatste Ruimte voor de Rivier project Veessen-Wapenveld.

“De ervaringen van Albert, Robbert, Annet, Jean, Agnes, Jos, Josan en Thijs brengen nieuwe inzichten over wat er allemaal speelt in een groot programma als Ruimte voor de Rivier.” (p.48)

In dit persoonlijk leiderschapsprogramma, de Community of Practice voor leidinggevenden, bekwamen leidinggevenden zich in aandachtig luisteren, het stellen van de goede vragen en het doorgronden van persoonlijke verhalen aan de hand van een methodiek uit de praktische filosofie: het kralenspel.

“De acht verhalen roepen een programma­werkelijkheid op waar de schrijvers van het officiële evaluatierapport geen oog voor hadden. Begrijpelijk, omdat zij het programma langs een andere, objectieve maatlat legden die speciaal daarvoor in de wet is vastgelegd.” (p.49)

Wat zouden ze horen en zien als ze deze kwaliteiten inzetten om het verhaal rondom de noordtak van de IJssel, als onderdeel van Ruimte voor de Rivier, op een andere manier boven water te halen? Wat zouden mensen dan anders vertellen dan er staat geschreven in de gebruikelijke projectevaluaties of de tientallen journalistieke reportages die over dit ingrijpende programma de afgelopen decennia zijn verschenen?

En zo ging men in gesprek met bewoners en professionals die bij de aanleg van de hoogwatergeul waren betrokken. De leidinggevenden hebben de persoonlijke verhalen en de gegroeide inzichten in woorden én in beelden vertaald, waar ze professioneel bij werden begeleid. Dit is het resultaat: Pijn en pracht, ruimte voor de rivier van verhalen.”

Rapport Pijn en pracht 12-05-2021

Staat van de rijksverantwoording 2020

Jack Kruf

Het rapport van de Algemene Rekenkamer Staat van de rijksverantwoording 2020: Testen, controleren en waarderen is vandaag gepubliceerd. Stichting Civitas Naturalis markeert dit rapport als relevant, omdat het inzicht geeft in de wijze waarop meer holistisch en geïntegreerd kan en moet worden bestuurd. De Algemene Rekenkamer legt de kwetsbaarheden en onvolkomenheden van het huidige systeem bloot.

De besturing en vooral het ex ante uitvoeren van gedegen analyses inzake de sturing en de risico’s op de doelen en effecten blijft een zorgenkind. Ook het zich niet houden aan de spelregels door de overheid zelve is treffend. Er lijkt zich een achterliggend probleem te openbaren inzake het organiserend vermogen van die overheid. Patronen worden zichtbaar. Er staan veel, te veel, rode kruisjes in de tabellen als het om performance van de overheid gaat. Het aantal onvolkomenheden neemt weer toe.

Het rapport onderstreept de noodzaak voor de afgelopen maanden al zoveel besproken cultuuromslag. Uitvoering is een dingetje. Een verandering van de eerste orde is gewenst wil het gezag van en het vertrouwen van de burger in de overheid niet verder onder druk komen of afglijden. Onze basics zijn namelijk niet op orde. Enkele passages uit het voorwoord:

“Hoewel het onze rol is te onderzoeken waar problemen zijn, is het gepast ook te benoemen dat veel goed ging. En om bescheiden toe te voegen dat het makkelijker is achteraf te oordelen dan snel, adequaat en zorgvuldig de juiste antwoorden te geven. In korte tijd wisten ministeries en uitvoeringsorganisaties steunmaatregelen – zoals steun aan ondernemingen, en de NOW-regeling – uit te rollen. Ook is het een compliment waard dat ICT-afdelingen binnen het Rijk de systemen in de lucht hielden toen circa 175.000 rijksambtenaren van de ene op de andere dag thuis moesten gaan werken.

Figuur 9 (pagina 36): Totaal aantal onvolkomenheden afgelopen 7 jaar.

Maar we mogen ook niet verbloemen dat de coronacrisis structurele zwakheden aan het licht bracht. Zaken die al kwetsbaar waren, komen aan de oppervlakte te liggen in tijden van crisis; die hebben de spreekwoordelijke test dus niet goed doorstaan. Zo bleek dat het financieel beheer bij veel departementen kwetsbaar was en specifiek bij het Ministerie van VWS ernstig tekortschoot. Maar dat probleem ontstond niet opeens in 2020. In de afgelopen 20 jaar constateerden we al 17 keer een onvolkomenheid bij het subsidiebeheer van het Ministerie van VWS. Het lag dus niet alleen aan de crisis, want er wás al wat aan de hand.

In een vitale democratie is het van belang dat ook in uitzonderlijke omstandigheden het democratische proces overeind blijft en alle partijen zich aan de democratische spelregels houden. Burgers en bedrijven in Nederland moeten erop kunnen vertrouwen dat ook dan politieke besluiten transparant en weloverwogen worden genomen, en dat over deze besluiten politieke verantwoording en controle plaats blijven vinden. Allemaal moeten we onze toegewezen rol naar letter en geest blijven invullen. Dat geldt niet alleen voor regering en parlement, maar ook voor de rechterlijke macht, de Nationale ombudsman en de Algemene Rekenkamer.

Voor ons betekent dit dat wij vanuit onze grondwettelijke taak onderzoek doen naar de ontvangsten en uitgaven van het Rijk. Het is onze rol om het parlement en de samenleving te voorzien van onafhankelijke oordelen over het presteren en functioneren van de rijksoverheid.

Vorig jaar keken we vooruit naar 2020 en wezen we al op deze plek naar de gevolgen van de coronacrisis. Nu, een jaar later, onderzoeken we de feiten en beoordelen die. We zijn gevoelig voor en aanspreekbaar op de veranderde context. Dat is ook terug te vinden in onze conclusies en aanbevelingen: we willen feitelijk én fair zijn. Ze leiden tot een kritische kanttekening bij de verklaring van goedkeuring bij de rijksrekening.

… in het afgelopen jaar zagen we dat het parlement meerdere keren niet in staat werd gesteld zich vooraf uit te spreken over voorgenomen uitgaven van het kabinet. Terwijl dat naar letter en geest van de wet wel moet – altijd. Als iedereen rolvast is, vormt dat de basis van vertrouwen voor een goed functione rende democratie. Het kabinet verantwoordt zich aan de volksvertegenwoordiging. Wij controleren en overhandigen weliswaar een verklaring van goedkeuring bij de rijksrekening, maar daarbij hoort dus die kritische kanttekening.”

Naar website Verantwoordingsonderzoek Algemene Rekenkamer.

12 Principes van Goede Besturing

Lorenzetti, A. (1339). The Effects of Good Government. Siena, Sala dei Nove.

De Raad van Europa heeft 12 principes voor goede besturing vastgesteld. Zij dienen als uitgangspunten, randvoorwaarden en richtlijnen bij het effectief handelen in publieke zaken. Het is een nobele set en een aansporing voor elk bestuur en elke organisatie. Het is spannend om te weten waar mechanismen van bijsturing zitten en hoe deze werken, indien niet voldaan wordt aan één of meer van de principes (Engels):

  1. Participation, Representation, Fair Conduct of Elections.
  2. Responsiveness.
  3. Efficiency and Effectiveness.
  4. Openness and Transparency.
  5. Rule of Law.
  6. Ethical Conduct.
  7. Competence and Capacity.
  8. Innovation and Openness to Change.
  9. Sustainability and Long-term Orientation.
  10. Sound Financial Management.
  11. Human Rights, Cultural Diversity and Social Cohesion.
  12. Accountability.

De overlevering leert ons dat hiervoor een hoog organiserend vermogen nodig is van de bestuurders en managers die de principes geacht worden te hanteren. Siena werd in de veertiende eeuw – toen een staat, geen stad – erg goed geleid. Persoonlijke kwaliteiten dus. Anders gezegd: Siena kwam tot bloei omdat er goede bestuurders zaten.

Wat was hun geheim, wat hun competenties? Een addendum bij deze principes inzake de noodzakelijke competenties is eigenlijk gewenst. Wij weten: zonder goede mensen, geen succes.

De Nederlandse Corporate Governance Code

Monitoring Commissie Corporate Governance Code, 2016

Preambule

De Nederlandse corporate governance code (hierna: de Code) richt zich op de governance van beursgenoteerde vennootschappen en geeft een richtsnoer voor effectieve samenwerking en bestuur.

Governance gaat over besturen en beheersen, over verantwoordelijkheid en zeggenschap en over toezicht en verantwoording.

Het doel van de Code is het met of in relatie tot wet- en regelgeving bewerkstelligen van een deugdelijk en transparant stelsel van checks and balances binnen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen en het daartoe reguleren van de verhoudingen tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering/aandeelhouders.

Naleving van de Code draagt bij aan het vertrouwen in goed en verantwoord bestuur van vennootschappen en hun inbedding in de maatschappij.

De Code is voor het eerst vastgesteld in 2003 en eenmalig gewijzigd in 2008. Op verzoek van het Christelijk Nationaal Vakverbond, Eumedion, de Federatie Nederlandse Vakbeweging, Euronext NV, de Vereniging van Effectenbezitters, de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen en de Vereniging VNO-NCW is de Code aangepast door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (hierna: de Commissie). Voortschrijdende ontwikkelingen, de tijdgeest en overlap met wetgeving zijn aanleiding geweest om de Code aan te passen. Onderhavige Code vervangt de Code uit 2008.

Reikwijdte

De Code is van toepassing op:

  • alle vennootschappen met statutaire zetel in Nederland waarvan de aandelen of certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een daarmee vergelijkbaar systeem; en
  • alle grote vennootschappen met statutaire zetel in Nederland (> € 500 miljoen balanswaarde) waarvan de aandelen of certificaten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit of een daarmee vergelijkbaar systeem.

Voor de toepassing van de Code worden met houders van aandelen gelijk gesteld de houders van certificaten van aandelen die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven. De Code is niet van toepassing op een beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten die geen beheerder is in de zin van artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht.

Inhoud van de Code
De Code bevat principes en best practice bepalingen die de verhouding reguleren tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering/aandeelhouders. De principes en bepalingen zijn gericht op de invulling van verantwoordelijkheden voor lange termijn waardecreatie, beheersing van risico’s, effectief bestuur en toezicht, beloningen en de relatie met (de algemene vergadering van) aandeelhouders en stakeholders.

De principes kunnen worden opgevat als breed gedragen algemene opvattingen over goede corporate governance. De principes zijn uitgewerkt in best practice bepalingen. Deze bepalingen bevatten normen voor het gedrag van bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. Zij geven de ‘best practice’ weer en zijn een invulling van de algemene beginselen van goede corporate governance. Vennootschappen kunnen hiervan gemotiveerd afwijken. De voorwaarden voor afwijking worden hierna onder ‘Naleving van de Code’ toegelicht.

De verhouding tussen de vennootschap en haar werknemers (-vertegenwoordigers) is bij wet geregeld. In de Code komt deze verhouding aan bod in bepalingen die betrekking hebben op cultuur en de contacten tussen de raad van commissarissen en het medezeggenschapsorgaan.

De Nederlandse Corporate Governance Code 2016